Tradução de "chega" para holandês

genoeg, voldoende, basta são as principais traduções de "chega" para holandês.

chega verb
+ Adicionar

Dicionário português-holandês

  • genoeg

    interjection

    chega de interrogatório ao Generalíssimo por esta noite.

    U hebt de generalissimo nu lang genoeg ondervraagd.

  • voldoende

    adjective

    Em todo o caso, chegaria para atender às suas necessidades e para multiplicar por dois a sua produção.

    Er zou dan twee keer zo veel melk worden geproduceerd, voldoende om in de eigen behoefte te voorzien.

  • basta

    chega, eu não vou voltar lá em cima novamente.

    Basta, ik ga niet meer naar boven.

  • Traduções menos frequentes

    • nogal
    • tamelijk
    • vrij
    • liefst
    • eer
    • veeleer
    • liever
    • bij voorkeur
  • Mostrar traduções geradas por algoritmos

Traduções automáticas de " chega " para holandês

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Frases semelhantes a "chega" com traduções para holandês

  • bedragen · behalen · belenden · bereiken · besturen · brengen · doorkomen · geleiden · grenzen aan · halen · inhalen · inslaan · klaarspelen · komen op · leiden · leiden tot · raken · reiken tot · resulteren · slagen · slagen voor · teisteren · treffen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitkomen op · uitlopen · uitlopen op · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdienen · voeren · volgen · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · winnen
  • Aangekomen
  • nieuwkomer
  • aan de hand zijn · aanbelanden · aankomen · aanlanden · afleiden · arriveren · bereiken · concluderen · deduceren · doorkomen · flirten · gebeuren · geschieden · klaarspelen · komen · overkomen · slagen · slagen voor · terechtkomen · toekomen · toereiken · toereikend zijn · voldoen · voldoende zijn · volstaan · voorkomen · voorvallen
  • aankomst · finish · komst · plaats van aankomst
  • eindmeet · eindstreep
  • hoe kom ik bij · hoe kom ik in
  • aan de hand zijn · aanbelanden · aankomen · aanlanden · afleiden · arriveren · bereiken · concluderen · deduceren · doorkomen · flirten · gebeuren · geschieden · klaarspelen · komen · overkomen · slagen · slagen voor · terechtkomen · toekomen · toereiken · toereikend zijn · voldoen · voldoende zijn · volstaan · voorkomen · voorvallen
Adicionar

Traduções de "chega" em holandês em contexto, memória de tradução